skip to Main Content

‘Het is nu veel fijner om Stromae te zijn’


Op de homepage van deze website staat een permanente link naar mijn auteurspagina op de site van de Volkskrant. Klik erop en je ziet mijn meest recente muziekstukken en -recensies voor de krant. Ik werk nu bijna 25 jaar voor de Volkskrant. Sinds november 1998 schrijf ik op jaarbasis minstens 100 stukken, klein en groot, voor de krant. Daar ga ik natuurlijk niet elke keer een bericht op mijn site aan wijden. Zou een mooie boel worden. Maar heel af en toe is er een uitzondering. Zoals nu: morgen (26 februari) staat mijn interview met Stromae in Volkskrant Magazine. Het verhaal staat nu al online.

Brussel

Op vrijdag 3 december 2021 interviewde ik Stromae in kunstencentrum Wiels in Brussel. Robin de Puy deed een fotoshoot met hem, waarvan ik direct als wist dat hij fantastisch zou worden (de foto bij dit bericht is van haar). We kregen uitgebreid de tijd. Uniek. Stromae keert terug, negen jaar na zijn vorige album Racine Carrée en een jaar of zeven na zijn laatste echte wapenfeiten als popartiest. In de tussenliggende tijd is véél met hem gebeurd. Daar praatte hij onbezorgd over, in de aanloop naar zijn grote comeback: de singles Santé en L’enfer zijn er al, het album Multitude volgt op 4 maart en zondag 27 februari staat hij, om te beginnen, voor een soort try-outconcert in de AFAS Live in Amsterdam.

Het was bijzonder. Omdat ik zo uitgebreid de tijd kreeg (een uur), omdat hij openhartiger was dan op grond van het contract met ‘verboden onderwerpen’ te verwachten viel en, ook dat, omdat de wereld nog in lockdown was en ik al heel lang geen grote internationale ster meer gesproken had in een buitenlandse stad. Na twee jaar corona voelde Brussel ineens écht als Het Buitenland en het interview als een heerlijke terugkeer naar het ‘oude normaal’.

Enfin. Hoogtepuntje. Ik vind het verhaal goed gelukt.

Scarce

Nu ik dan toch, bij wijze van uitzondering, een site-bericht over een Volkskrant-stuk plaats, meld ik meteen ook maar even dat ik (voor de tweede keer) genomineerd ben voor de Jip Golsteijn Journalistiekprijs, met mijn verhaal uit 2020 over het tragische verhaal van de vergeten, maar mij zeer dierbare band Scarce. Het is nog online te lezen onder de kop ‘Hoe rockband Scarce een hemels halfuur beleefde en daarna verdween’.

Dat stuk voelde destijds juist níet aan als een terugkeer naar het oude normaal, maar heel erg als een ‘coronaverhaal’: een verhaal waarvoor in drukke poptijden waarschijnlijk geen plek zou zijn geweest, maar dat door het volledig stilvallen van de popsector ineens welkom was bij de krant. Mijn interview met bassiste Joyce Raskin, 25 jaar nadat ze me voor het podium van Paradiso betoverde, ging via Zoom.

Journalistiekprijs

Ik stond al eens eerder op de shortlist, met een verhaal over 20 jaar grunge uit december 2011. Ook dat stuk is nog te lezen op de Volkskrant-site, al is de opmaak deels weggevallen. Als je het leest, moet je weten dat het artikel stopt bij “we hebben het toch maar gedaan”. Daarna loopt de tekst door, maar dat is een kader, een inzet die náást het hoofdartikel stond.

Ik won niet, destijds, en op maandag 28 februari, in Paradiso, misschien wel weer niet, want de andere genomineerden zijn ook goede schrijvers. Maakt allemaal niet zo veel uit. Eerlijk gezegd heb ik alleen iets met prijzen binnen de kaders van de sport. Alle andere prijzen boeien me niet zo. Ik zou ook nooit om stemmen vragen. Als journalist of schrijver een prijs winnen is leuk. Er eentje níet winnen is niet erg. In beide gevallen zegt het, uiteindelijk, niet zo veel.

Back To Top