Muziekjournalist & Voetbalschrijver | Sporen van Ajax – leesfragment
16353
page-template-default,page,page-id-16353,page-child,parent-pageid-16351,woocommerce-no-js,ajax_fade,page_not_loaded,
 

Sporen van Ajax – leesfragment

Onbewust eresaluut

 

Café Jonkhart, Amstelveenseweg 

 

Voorjaar 1894. In café Jonkhart wordt een voetbalvereniging opgericht die Ajax heet.
Wanneer ik op een zonovergoten dag uit voorbij het Olympisch Stadion fiets en de Amstelveenseweg in draai, in de richting van het Vondelpark, denk ik vaak terug aan 13 mei 1992, de dag waarop een zwaarbevochten 0-0 tegen Torino in het Olympisch Stadion Ajax de UEFA Cup opleverde. Twee weken eerder was het in het Delle Alpi van Turijn 2-2 geworden.

 

Het Ajax van de jonge trainer Louis van Gaal had veel mazzel in de tweede finalewedstrijd: de Italiaanse bezoekers raakten tot hun grote frustratie tweemaal de paal en één keer de lat. Het publiek wilde de bal wel uit de doelmond brullen. Het was gekmakend. Zenuwslopend.

 

De huldiging zou nog diezelfde avond zijn, een paar uur na de wedstrijd, op het Leidseplein. Voor gemeente en politie betekende dat een logistiek probleem. Hoe moesten 50.000 mensen ’s avonds laat, in het donker, veilig van het stadion naar het Leidseplein worden getransporteerd, een tocht van een kleine vijf kilometer?

 

Trams? Bussen? Ondoenlijk bij dergelijke aantallen mensen. Lopen was de enige optie: over de Amstelveenseweg, langs het Haarlemmermeerstation, voorbij het zuidelijke uiteinde van het Vondelpark en dan rechtsaf, de lange Overtoom in. De route zou worden afgezet; onderweg zouden dweilorkestjes en hoempabandjes de feestelijke voettocht veraangenamen.

 

Die lange triomfmars in mei 1992 is één van mijn allermooiste Ajax-herinneringen, mooier nog dan de huldiging zelf. Hij verliep zonder wanklank. Supporters vielen elkaar juichend in de armen. Op alle balkons stonden mensen te zwaaien; sommigen hadden luidsprekers op hun balkons gezet waaruit Amsterdamse deunen schalden. Overal klonk muziek. Ik was zeventien jaar. Voor het eerst had ik Ajax met eigen ogen een internationale hoofdprijs zien winnen. In de avondlucht rook je de zomer al.

 

Wat ik me destijds niet realiseerde, was dat er die avond 50.000 feestende Ajacieden langs de plek aan de Amstelveenseweg trokken waar in 1893 of 1894 de prehistorie van Ajax begon.

 

Inderdaad: préhistorie. Jarenlang wist ik niet beter dan dat Ajax op 18 maart 1900 is opgericht. Dat die oprichting eigenlijk een soort doorstart was, na een eerste poging een jaar of zes eerder, was me niet bekend.
De eerste oprichting van Ajax geschiedde in het niet meer bestaande café Jonkhart: aan de Amstelveenseweg, ongeveer op de plek waar in 1915 het treinstation zou verrijzen dat aanvankelijk station Willemspark heette en vanaf 1933 station Haarlemmermeer.
Het charmante, roodbakstenen stationsgebouwtje staat er nog, maar van het café waar het oer-Ajax ontstond, is niets meer terug te vinden. Het vriendelijke (Rotterdamse!) echtpaar dat nu in het stationnetje woont en het perceel beheert, meent dat café Jonkhart destijds een vrijstaande houten taveerne was.
Over Ajax’ oertijd weten we lang niet alles. We weten dat in 1893, in de Govert Flinckstraat in de gloednieuwe woonwijk die destijds ‘Buurt YY’ heette en nu De Pijp, een voetbalvereniging actief was die AVV heette. De latere Ajax-oprichter (en voorzitter!) Han Dade was spelend lid, maar hij woonde zelf in de Saxenburgerstraat, een klein zijstraatje van de Overtoom, een flink eind uit de buurt. Het was niet altijd eenvoudig voor hem om naar de Govert Flinck te komen, wat vervelend was voor zijn clubgenoten, want Dade was tevens eigenaar van de bal.

 

Het was voor de ‘Govert Flinck-groep’ reden om dan zelf maar een bal te kopen, waarop de ‘Overtoom-groep’ van Dade zich afsplitste en verder ging onder de naam Ajax. Een modieuze naam, want veel nieuwe Nederlandse sportverenigingen vernoemden zich in die jaren naar krachtpatsers uit de Griekse mythologie: Achilles, Hercules, Heracles, Xerxes.

 

De officiële oprichtingsvergadering was in het voorjaar van 1893 óf 1894 (twee documenten spreken elkaar hierover tegen; 1894 is het meest waarschijnlijk) in het café van de heer Jonkhart. Eén van de documenten noemt de heren Dade, Van Hilten, Doudart de la Gree, Woortman, Jonkhart (zoon van de cafébaas), Stempel en de gebroeders Thomasze als de aanwezige oprichters. Dade werd voorzitter. De eerste potjes voetbal werden gespeeld op het veldje in de achtertuin van het café.

 

De Amstelveenseweg zag er toen totaal anders uit dan nu. Aan het noordelijke uiteinde, bij het Vondelpark, rukte de stad op: er verrezen aan het einde van de negentiende eeuw in een hoog tempo woningen (in 1894 werd er vast en zeker getimmerd en gemetseld). Verder naar het zuiden liep je al snel de stad uit, het groene Hollandse land in.

 

De Amstelveenseweg was een landelijke laan, met bomen aan weerszijden. Het Olympisch Stadion en het Stadionplein waren er nog niet. Het Huis van Bewaring aan de Havenstraat 6 stond er al wel: het was splinternieuw (opgeleverd in 1890) en had alle ruimte, een streng bouwwerk in de leegte.

 

Café Jonkhart moet er zo’n beetje naast hebben gelegen: het was een pleisterplaats voor reizigers die van en naar Amsterdam reisden. Jonkhart lag zelf overigens niet op Amsterdams grondgebied, maar in de zuidelijke buurgemeente Nieuwer-Amstel. De uitspanning was vanuit de stad sinds 1877 bereikbaar met de paardentram Leidscheplein – Amstelveenscheweg.

 

Het eerste Ajax-bestuur zette er in de vroege zomer van 1894 meteen flink de schouders onder. Er kwamen lidmaatschapskaarten waarop de prachtig fout gespelde clubnaam ‘Footh Ball Club “Ajax”‘ stond gedrukt. Het inschrijfgeld bedroeg 50 cent (bepaald geen lage contributie voor die dagen) en er kwamen strenge clubreglementen, compleet met boetes voor te laat komen en wat dies meer zij.

 

Na de eerste wedstrijdjes achter café Jonkhart werd besloten voortaan te voetballen in het beoogde Willemspark, dat als park eigenlijk nooit bestaan heeft: nog voor het een echt stadspark werd, wees de gemeente het alweer aan voor nieuwbouw. De naam van het park dat er nooit kwam, leeft nu alleen nog voort in de straatnaam Willemsparkweg.

 

Het oer-Ajax zou niet lang bestaan: leden verhuisden, een goed bereikbaar speelveld bleek lastig vindbaar. Na een jaar of twee, in 1896, was de Footh Ball Club “Ajax” min of meer doodgebloed. Opgelost in het niets.

 

Hoe zouden de oprichters hebben gereageerd wanneer iemand in café Jonkhart ze in 1894 had aangesproken: “Heren, u zult mij niet geloven, maar over 98 jaar, in het jaar 1992, zullen hier 50.000 uitzinnige supporters voorbijtrekken, die de winst van een Europese trofee vieren van de voetbalclub die u nu aan het oprichten bent.”

 

Die eindeloze overwinningsstoet van mei 1992 beschouw ik in retrospectief graag als een onbewust eresaluut van de Ajax-aanhang aan de door Amsterdam opgeslokte plek waar het in 1894 allemaal begon, hoe onherkenbaar die ook is veranderd.