Bazaar: Ilse DeLange en Kovacs

Alweer vier jaar draag ik aan elk nummer van Harper’s Bazaar, eerbiedwaardig modetijdschrift sedert 1867 (!), een muziekpagina bij – en soms een groter verhaal. Van die muziekpagina maak ik niet bij elk nummer melding, maar voor het pas verschenen oktobernummer schreef ik een muziekpagina én een groot stuk, dus komaan, laat ik de bezoeker van deze site weer eens verwelkomen met een tijdschriftomslag dat je niet direct op mijn website zou verwachten. Harper’s Bazaar 10 is nu uit. 6,99 euro.

Mijn vaste muziekpagina gaat over Sharon Kovacs en in het bijzonder over haar nieuwe album Cheap Smellwaarop ze in haar bekentenissen over drugs, seks en mislukte relaties tot op het bot gaat. Ik vind het een veel betere plaat dan haar debuut.

Het grote stuk gaat over Ilse DeLange, die ik voor de derde keer interviewde. De eerste keer was in 1998, ten tijde van haar debuut. We ‘kennen elkaar’ twintig jaar. Grappig. Ze keerde onlangs terug als soloartiest, na vijf jaar The Common Linnets. Haar comebackplaat is titelloos: simpelweg Ilse DeLangeBij het album heb ik wel wat bedenkingen (zie mijn albumrecensie in de Volkskrant), maar ik vond het wel weer een leuke ontmoeting, op een interessant moment in haar carrière.

Abonnement (cadeau doen)? Hier zijn de actuele aanbiedingen.

 

Santos #9: Naar het stadion!

Santos #9 is te koop en tjonge, wat is het weer een juweel. Alleen dat omslag al, een schitterend ontwerp van Mirjam Riemens van Studio Vonq. Nummer 9 is een ode aan onze eredivisie onder het motto ‘Naar Het Stadion!’ Prijs bij de kiosk: 9,99 euro. Maar het is een nog veel beter idee om supporter te worden of te profiteren van een van de voordelige aanbiedingen in de Santos-webshop.

Wat staat er zoal in Santos #9? Een prachtig gesprek met Leo Beenhakker, door Bart Vlietstra. Sjoerd Mossou over stadions. Modeman Arno Kantelberg over stadionkleding. Elf nummers 11, geselecteerd en beschreven door Bart Vlietstra.

Awaydays. Materiaalmannen. Bekende Nederlanders in hun eigen tribunevak. Dennis van Bergen over seizoenkaarthouders die voor hun club naar de andere kant van het land rijden. Wilfried de Jong over de lichtmast. Fotograaf Pim Ras bracht supporterszeeën in beeld. Sjoerd Mossou over de soundtrack in Nederlandse stadions. En dan zit er ook nog een heerlijke eredivisiestadiongids in het blad.

Ik schreef voor dit nummer geen groot verhaal. Wel is er mijn vaste muziekrubriek ‘Sing When You’re Winning’. Over Seven Nation Army. Ik interviewde niet zo lang geleden Jack White voor de Volkskrant (lees dat verhaal hier). Aan het eind van het gesprek kwam de Nederlandse supportersbewerking van zijn beroemdste hit even ter sprake. Die dialoog bewaarde ik voor Santos.

Ook leverde ik input voor de stadiongids: tips voor een plezant bezoek aan Ajax. Indrinken bij ’t Loosje, mensen.

Op naar Santos #10!

Reserveer Kampioenen ’14-’18

Op 11 november 2018 is het precies een eeuw geleden dat de Eerste Wereldoorlog eindigde. In de aanloop naar die datum, ergens rond 1 november, verschijnt via Just Publishers een mooi boek dat Kampioenen ’14-’18 heet, over de vier Nederlandse landskampioenen tijdens de ‘Groote Oorlog’, een periode waarin het Nederlandse voetbal een enorme sprong voorwaarts maakte en van elitesport volkssport werd. Je kunt het al reserveren via bol.com!

Anton Slotboom schrijft over de landstitel van ‘zijn’ Sparta Rotterdam in 1915. Roger Rossmeisl vertelt het verhaal van de landstitel van Willem II in 1916: de eerste keer dat een club uit het zuiden des lands dat flikte. Go-Ahead, mét streepje, het huidige Go Ahead Eagles, was in 1917 de eerste echte arbeidersclub die de landstitel greep (en de eerste club uit Oost-Nederland, bovendien). Herman Starink schrijft over dat seizoen. In 1918, tot slot, werd Ajax voor het eerst landskampioen en luidde daarmee in veel opzichten een nieuwe tijd in. Hoe dat precies ging en zat, mag ik allemaal opschrijven.

Jurryt van de Vooren verzorgt er een mooie algemene inleiding bij, over voetbal vóór en tijdens de oorlog die het werkelijke begin van de twintigste eeuw markeert. Veel foto’s erbij. Wordt een prachtig boek. We gaan het in november op allerlei plaatsen presenteren en er verschillende leuke dingen aan koppelen. Daarover later meer: houd deze site en mijn social-kanalen in de gaten – en geef de Kampioenen ’14-’18 Facebook-pagina even een ‘like’. Dan mis je niets.

Reserveer Kampioenen ’14-’18 via bol.com!

Voor wie het leuk vindt, hier is de flaptekst van het boek:

Nederland bleef neutraal tussen 1914 en 1918, maar de ‘Grote Oorlog’ veranderde de Nederlandse samenleving in een razendsnel tempo. Het Nederlandse voetbal weerspiegelde dat in het klein: van mobilisatie tot ‘staat van beleg’, van oorlogsvluchtelingen tot geïnterneerde militairen van oorlogvoerende landen. Het voetbal kreeg ermee te maken.

Voetbal was vóór 1914 nog een exclusieve sport die alleen elitaire landskampioenen uit de grote Hollandse steden voortbracht. In de oorlogsjaren ontwikkelde het voetbal zich tot een volkssport. Tijdens deze periode ging het Nederlandse landskampioenschap naar vier clubs die nog altijd actief zijn in het betaalde voetbal: Sparta (1915), Willem II (1916), Go-Ahead (1917) en Ajax (1918).

Het deftige Sparta bouwde het eerste moderne clubstadion. Willem II haalde de landstitel voor het eerst naar het zuiden. Go-Ahead was de eerste arbeidersclub die de landstitel greep, met een geïnterneerde Engelsman als sterspeler. Een andere Engelse oorlogsvluchteling, Jack Reynolds, maakte van Ajax een topclub.

Anton Slotboom (Sparta), Roger Rossmeisl (Willem II), Herman Starink (Go-Ahead) en Menno Pot (Ajax) schetsen een beeld van een Nederlandse volkssport in ontwikkeling, in de schaduw van de oorlog.